De houthakker.
Gekregen van een houthakker met een houten been.

In het reusachtig grote woud, hoog in de bergen, is een houthakker druk aan het werk. Hij is al een maand eenzaam in het donkere woud bezig en mag morgen voor een week naar huis, waar zijn vrouw en kinderen op hem wachten. Nog 1 boom. Terwijl de lucht betrekt en de wind aanwakkert legt hij ook deze boom neer. Dan opeens een lichtflits en meteen een onweersklap. Een grote eik valt met donderend geraas om en de houthakker kan nog net opzij springen. Maar zijn been, versplinterd, verbrijzeld en ook nog een beetje gekneusd, zit vast onder de boom. Hoe komt hij los, hoe komt hij morgen thuis, niemand die hem kan helpen. Zal hij moeten sterven? Dan neemt hij een besluit en pakt de bijl om zijn been eraf te hakken. Met zijn tanden op elkaar, zijn ogen bijna dicht, hakt hij zijn houten been eraf en snijdt zich een nieuwe van een eikentak.