De oppas is een heks.
Gekregen van M. Bouma.

Lotte is alleen in huis. Moniek, de oppas, zou wat later komen, hadden papa en mama gezegd. Maar het is al bijna twaalf uur en ze is er nog steeds niet. Maar wat ziet Lotte daar voor het raam? Een eng heksengezicht kijkt naar binnen en is dan, met een ijselijke gil, weer verdwenen. Lotte gaat naar beneden en loopt zachtjes naar de gang. Ze kijkt naar de kapstok. Daar ziet ze een andere jas hangen. Dan herkent ze de jas. Het is de jas van MONIEK! Gelukkig, ze is er dus wel! Opeens gaat de kamerdeur open. Daar staat Moniek! Maar wat heeft ze een gekke neus! Krom en met een dikke wrat. En wat een rare kleren heeft ze aan. Maar..., maar..., dat is de heks die ze voor het raam zag! HET IS MONIEK! Ze heeft het heksenboek bij zich. Die zagen Lotte en Sanne ook in het spookhuis, toen ze daar met schoolreisje waren!! Dan haalt de heks iets uit haar zak. De..., de..., de spiegel! De verdwijnspiegel!! Lotte rent de deur uit, naar het huis van Sanne. Achter haar hoort ze het gegil van Moniek, die achter haar aanvliegt, door de heksennacht om 12 uur.... Lotte rent en rent en dan ... (met een luide krijs pak je een paar kinderen vast).