De Witte Hand
gekregen van Lise Roos

Een hele lange tijd geleden stond er in een boomgaard een grote boerderij, die al jaren leegstond. Op een gegeven moment werd de boerderij gekocht door een man die Johannes Willemsz heette. Hij ging er wonen, samen met zijn vrouw Katherina.
Een paar maanden lang was er niets aan de hand. Maar op een avond, het was bijna donker, zat Katherina in de woonkamer door het open raam naar buiten te kijken. Plotseling hoorde ze zachtjes kloppen. Ze keek omlaag en daar, op het raamkozijn, zag ze
een grote, witte hand! Katherina dacht eerst dat het een dief was, die door het raam naar binnen probeerde te klimmen en ze begon te gillen. De hand verdween razendsnel van het kozijn. Twee tellen later kwam Johannes de kamer in rennen. Katherina vertelde hem wat er was gebeurd. Johannes doorzocht de tuin en de boomgaard, maar kon niets vinden, zelfs geen voetafdruk.
Op een avond, ongeveer een week later, hoorden ze het geluid opnieuw. Het klonk weer als een zacht geklop op het kozijn in de
woonkamer. In eerste instantie zagen Johannes en Katherina niets. Maar plotseling viel Katherina's oog op diezelfde grote, witte hand. Hij zat tegen het raam gedrukt en ging langzaam op en neer! Katherina begon te gillen en te wijzen, en de hand verdween. Johannes pakte zijn geweer en stormde naar buiten, maar er was niemand te zien.
Maar het geluid kwam nu regelmatig terug, vele avonden erna. Het begon telkens met een zacht getik op het raam, dat steeds luider werd en ten slotte eindigde met een woedend gebons op de voordeur, dat zo hard was, dat het leek of de voordeur het ieder moment kon begeven. Maar als Johannes dan onverwachts, met zijn geweer in de aanslag, de deur opentrok, was er
niemand te bekennen. Katherina werd steeds zenuwachtiger. Ze kon niet meer slapen en durfde niet alleen in huis te blijven, zelfs niet overdag.
Op een avond was ze in de keuken bezig met het kneden van het brooddeeg, toen ze een klik hoorde. Ze keek naar het hoge raam boven het vuur... en zag een dikke, witte vinger, die door een gat in het raamkozijn naar binnen stak! De vinger kronkelde langzaam heen en weer op zoek naar het slot,  als een grote, witte worm! Katherina gilde en Johannes kwam de keuken binnen rennen en zag haar op de grond liggen, ze was flauwgevallen van angst. Hij droeg haar naar boven, naar hun slaapkamer, en legde haar in bed. Daar bleef ze een paar dagen, tot ze weer een beetje van de schrik bekomen was. Johannes droeg nu dag en nacht zijn geweer bij zich. Hij was razend van woede! Wie was het eigenlijk, die hen van de boerderij probeerde te verjagen, en waarom? Toen er op een avond, een paar dagen later, hard op de achterdeur werd gebonsd, rukte hij de deur open, met zijn geweer in
de aanslag! Zoals gewoonlijk, was er weer niemand te zien. Maar Johannes meende heel even iets tegen de zijkant van zijn lichaam te voelen, net alsof er iemand, of iets, zich tussen hem en de deurpost door probeerde te wringen! Johannes gooide razendsnel de deur dicht, maar helaas, het was te laat. Wat of wie het ook was, bevond zich nu in huis. Johannes en Katherina dachten het geluid te horen van een hand die de muren in de woonkamer beklopte, toen ze boven in bed lagen en probeerde te slapen. De volgende dag ontdekte Katherina een afdruk in een laagje meel dat ze in de keuken had gemorst, de afdruk van een
grote hand! Katherina kreeg steeds vaker last van nachtmerries. Iedere keer droomde ze dat ze werd gewurgd. De Willemszen besloten zo snel mogelijk te verhuizen. Op de dag dat ze zouden vertrekken, kreeg Katherina plotseling hoge koorts. Die avond zat Johannes aan haar bed, terwijl ze kreunde en steunde en zich van de ene op de andere zij draaide. Ze ademde gejaagd en piepend. Johannes was zelf ook uitgeput. Hij deed zijn ogen dicht en doezelde een paar minuten weg. Plotseling werd hij met een schok wakker. Niet omdat hij ets hoorde, maar omdat hij nts meer hoorde! Het was doodstil in de kamer. Katherina ademde
niet langer gejaagd of piepend ... ze ademde helemaal niet meer! En op het hoofdkussen, vlak naast haar hoofd, lag een grote, witte hand, die langzaam naar het toekwam ...