De stropers
gekregen van Lise Roos

Lang geleden waren er twee stropers: Willem Pelt en Hubert Janszoon. Hun huisjes lagen recht tegenover elkaar, ieder aan een kant van het meer. Je kon jaren geleden in deze streek namelijk prima stropen. Er liep van alles rond: herten, vossen, fazanten, noem maar op. Willem had geluk, hij ving altijd wel iets. Maar de vallen van Hubert werkten niet of gingen stuk, zodat Hubert zelden iets ving. Willem verdiende flink aan het stropen. Maar hij gaf zijn geld even vlug weer uit. Hubert daarentegen, verdiende nauwelijks genoeg om eten voor zichzelf te kopen. Dat ging zo een paar jaar door, totdat Hubert er schoon genoeg van had. Hij wachtte tot Willem op een dag weer eens huiden had verkocht in de stad. Niemand weet wat er precies is gebeurd, maar een paar dagen later reed Hubert op het paard van Willem, met het geweer van Willem in zijn hand. Willem zelf was spoorloos verdwenen. Als de mensen uit de buurt Hubert wel eens vroegen waar Willem toch zat, antwoordde Hubert steevast: 'Hij heeft zijn paard en zijn geweer aan me verkocht en is naar het noorden vertrokken.' Niet lang daarna deed het verhaal de ronde dat Willem waarschijnlijk niet verder was gekomen dan de bodem van het meer ...
Een paar jaar later werd er opeens een geheimzinnig, blauw licht gezien, vlak bij het inmiddels vervallen huisje van Willem. Wandelaars, die daar 's avonds langskwamen, vertelden dat ze een spookachtige witte kano over het water hadden zien glijden. Hubert had niet zoveel fantasie. Dus hij besteedde niet veel aandacht aan die verhalen. Maar op een avond, precies om middernacht, begon de hond van Hubert plotseling te janken. Hubert werd wakker en luisterde, maar alles was stil buiten. Hij deed
zijn ogen weer dicht en doezelde weer weg, toen er plotseling keihard op de voordeur werd gebonsd. 'Wie is daar?' vroeg Hubert Janszoon angstig. Het bleef stil, maar wie of wat er voor de deur stond, begon opnieuw zo hard op de deur te bonken, dat die finaal uit zijn hengsels vloog! En daar, tegenover Hubert, stond de geest van Willem Pelt, compleet met het kogelgat dat Hubert hem had bezorgd! 'Mijn geld!' brulde de geest. 'Wat heb je met mijn geld gedaan?' Hubert viel flauw van angst. Toen hij na een hele tijd weer bijkwam, stond de zon hoog aan de hemel. Hij keek in de spiegel en ontdekte dat zijn haar in één nacht helemaal wit was geworden. Hubert Janszoon werd nooit meer de oude. Niet lang daarna verdronk hij in het meer. De geest had wraak genomen. Maar er wordt gezegd, dat je de geest van Willem zo nu en dan in zijn kano over het meer kunt zien varen. Willem is namelijk nog steeds op zoek naar zijn geld ...